Ga naar inhoud

Echte verhalen rondom het thema Niet lekker in je vel

Groei

'Eigenlijk kan ik niet zo goed mezelf zijn bij mensen die ik niet ken’

Soms kunnen kinderen zelf verrassend goed verwoorden waar ze tegenaan lopen.

Een jongen van bijna tien vertelde zijn moeder dat hij ergens tegenaan liep. Op vakantie merkte hij namelijk dat hij het lastig vond om op een camping op andere kinderen af te stappen en nieuwe vriendjes te maken. Ook zag hij andere kinderen dingen doen die hij zelf eigenlijk ook wel wilde, maar niet altijd durfde. Een spannende glijbaan bijvoorbeeld, of zomaar ergens op afstappen.

Zelf verwoordde hij het heel mooi:

‘Eigenlijk kan ik niet zo goed mezelf zijn bij mensen die ik niet ken'.

Samen maakten we daar een positieve ingang van:

‘Ik voel me veilig genoeg om mezelf te zijn, onder alle omstandigheden.’

Tijdens de sessie werd zichtbaar dat er verschillende onderliggende stukken meespeelden. Een belangrijk thema was een beschermend, saboterend deel dat ooit was ontstaan vanuit een ervaring die voor hem te spannend was geweest. Dit deel probeerde hem sindsdien te beschermen door als het ware steeds te zeggen: 'doe het maar niet, ga het maar niet aan, straks gebeurt er weer iets.'

Heel goed bedoeld dus. Maar inmiddels hield deze bescherming hem juist tegen.

Ook kwamen thema’s rondom zelfvertrouwen, je plek durven innemen, vriendschappen en familiedynamieken naar voren. Met behulp van NEI, een opstelling met poppetjes en verschillende ondersteunende hulpbronnen hebben we stap voor stap gekeken naar wat niet meer van hem was of hem niet langer hoefde te beschermen.

Een bijzonder onderdeel van de sessie was het thema alleengeboren meerling. In de opstelling kwam naar voren dat hij als drieling begonnen zou zijn. We hebben dit binnen de sessie benaderd als een energetisch thema en gewerkt met het loslaten van wat niet van hem is, zodat hij zijn eigen plek en zijn eigen pad meer ruimte kon geven.

Aan het einde van de sessie koos hij zelf verschillende hulpbronnen die hem mochten ondersteunen. Zijn afsluitende kaart uit 'Inner Kompas voor kids' was bijna symbolisch:

De Leider — durf te leiden, vertrouw op jezelf, je kunt het.

En toen kwam misschien wel het mooiste.

Op de fiets naar huis zei hij tegen zijn moeder:

‘Ik voel eigenlijk nu al dat ik zelfverzekerder ben.’

In de weken daarna zagen zijn ouders daadwerkelijk verschil. Dingen waar hij voorheen voor terugdeinsde, ging hij ineens wél aan. In een pretpark durfde hij van glijbanen waar hij eerder niet vanaf wilde. Op vakantie stapte hij op andere kinderen af en maakte hij vriendjes. En bij een waterpark ging hij zelfs van een spannende half-pipeglijbaan; niet één keer, maar tientallen keren.

Zelf zegt hij:

‘Ik voel me echt beter. Ik ben zelfverzekerder en ik durf meer.’

Dat vind ik zo mooi aan het werken met kinderen. Het gaat niet om van een voorzichtig kind ineens een waaghals maken. Het gaat erom dat een kind zich niet langer onnodig laat tegenhouden door iets wat vanbinnen meespeelt.

Zodat er weer ruimte ontstaat om te ontdekken:

Wat wil ík? Wat kan ík? En durf ik erop te vertrouwen dat ik gewoon mezelf mag zijn*